Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 2)

Weten is deel 1 van de (nog niet verschenen) serie over Dooddromers en Aardse Engelen en hun lot als pionnen in de strijd tussen goed en kwaad. Het speelt zich af in hedendaags Nederland. 
Hoofdthema: Staat het lot/jouw lot vast of kan je zelf je eigen lot kiezen?

Heb je de eerste aflevering gemist? Klik hier om aflevering 1 te lezen.


15 oktober

Aandachtig bestudeer ik mezelf in de spiegel, zoals ik iedere ochtend na het douchen doe. Mijn gezicht is werkelijk exact hetzelfde, ik mis alleen de hechtingen nog. Vorig jaar winter had ik nog iets jongensachtig over me, dat gaf me een klein beetje hoop voor die winter. Die hoop is nu helemaal weg, aan alles voel ik dat ik deze winter zal sterven. Ik lieg tegen mezelf en zeg dat de temperatuur tot nu toe nog erg zacht is geweest, misschien blijft het zacht en komt er geen sneeuw. Misschien is het toch gewoon een nachtmerrie en niets meer. De leugens houden me al jaren dagelijks op de been, maar ik geloof ze steeds minder.

De pauzes bij ons op school zijn vreselijk, de gangen en aula zijn overvol met rondrennende bruggers en luide onderbouwers. Zelfs met regen, zoals vandaag, ben ik met mijn vrienden buiten te vinden. Het “bushokje” is onze favoriete plek. Vroeger mocht hier gerookt worden, maar sinds dit jaar is het hele schoolterrein rookvrij, de rokers zijn verjaagd en wij hebben het hokje gekraakt.
Mijn vrienden bespreken de series en het voetbal van afgelopen weekend. Jaimy heeft, zoals altijd het hoogste woord. Normaal gesproken ga ik, alleen om hem te sarren, vol tegen hem in, maar vandaag heb ik geen zin. Er zit kou in de lucht en dit verontrust me.
‘Gast, waar zit je met je hoofd?’
Jaimy heeft zijn aandacht op mij gericht, terwijl de andere jongens bespreken welke klasgenoten ze wel of niet naakt willen zien.
‘Slecht geslapen,’ zeg ik afwezig.
‘Alweer? Man, je begint steeds meer op een zombie te lijken.’
‘Komt wel goed, veel aan m’n hoofd.’
‘Spijt van Hannah?’
‘Huh, wat?’ vraag ik.
‘Hannah! Heb je spijt dat je het uit hebt gemaakt vorig week?’
Jaimy doet echt zijn best een gesprek aan te knopen, maar ik heb er totaal geen behoefte aan.
‘Ehm, nee. Ik wilde haar geen pijn doen.’
‘Haar pijn doen? Je was gek op haar. Jullie waren al een jaar gelukkig samen.’
‘Ja, daarom juist.’
‘Ik begrijp jou echt niet, gast. Je hebt het leukste meisje van de voetbal aan je arm en je dumpt haar gewoon. Zonder goede reden.’
‘Laten we het erop houden dat ik wel degelijk een goede reden heb. Jij weet niet alles, Jaimy.’
‘Vertel het me dan! Gast, het is net of je langzaam aan het verdwijnen bent!’
De wanhoop is te horen in Jaimy’s stem. Wij zijn al bevriend sinds de kleuterklas en wonen bij elkaar in de straat. Hannah is lid van dezelfde voetbalvereniging als wij en werkelijk fantastisch. Ik moest het wel uitmaken. Hoe kan ik het haar aandoen om verkering te hebben met iemand die binnenkort doodgaat?
‘Jaimy, niet alles is uit te leggen, gast. Laat me maar.’
Ik kijk hem even kort aan en loop weg. Ik ben nog geen drie meter van het hokje, wanneer de dreigende lucht boven me besluit te breken. De regen voelt koud aan. Met de angst voor de winter in mijn hart ren ik naar de dichtstbijzijnde deur. Daar aangekomen bots ik hard tegen een meisje op, ze wordt uit evenwicht gebracht en ik kan haar nog net opvangen. We lopen samen naar binnen en duiken beiden dezelfde rustige zijgang in.
‘Sorry,’ zeg ik, ‘ik zag je niet.’
‘Geeft niets,’ zegt het meisje, ‘ik ben allang blij dat je me hebt opgevangen. Ik ben Julia.’
‘Thomas,’ zeg ik en we schudden elkaar de hand. Een elektrische schok trilt door mijn lijf en lijkt tussen onze handen te knetteren. Geschrokken trek ik mijn hand terug. Julia is een stuk kleiner dan ik en kijkt met grote groene ogen naar boven. Ze is volledig droog, haar lange donkere haar hangt golvend over haar schouders. Voor een moment staar ik volledig roerloos in haar ogen.
‘Sorry,’ zegt ze snel, ‘dat was een flinke statische schok.’
‘Ja,’ weet ik uit te brengen.
‘Ik ben nieuw.’
‘Ja,’ zeg ik weer, het lijkt wel alsof ik geen woorden meer kan uitbrengen. Ik kan alleen maar naar haar kijken.
‘Ik zit in de vijfde,’ probeert Julia nog en ze kijkt me aandachtig aan met haar sprankelende ogen.
‘Zesde,’ zeg ik.
‘Oh jammer, ik had je graag vaker tegengekomen.’
De bel gaat voordat ik nog iets terug kan zeggen. Ze knipoogt naar me en loopt dan de drukke gang in. Wanneer ze uit beeld is kan ik weer normaal nadenken en bewegen. Nu pas voel ik de kou van mijn doorweekte kleding op mijn lijf. Bij de eerste passen die ik zet spuiten straaltjes water uit mijn gympen. Hoe is het mogelijk dat Julia helemaal droog is? Hoe is het mogelijk dat ik binnen een paar seconden van iemand hou? Hoe is het mogelijk dat ik vorige week Hannah aan de kant heb gezet, omdat ik dood ga en ik nu Julia voor altijd bij me wil hebben?

31 oktober – 1 november

Omringt door astronauten, meerdere James Bonden, een wortel en een aantal sexy duiveltjes doe ik een poging als zombie met drinken de dansvloer te doorkruizen. Met mijn armen voor me uit, een scheve mondhoek en een slepend been ontwijk ik de maaiende armen van de mede-bovenbouwers op dit Halloweenschoolfeest. Erg fijn dat de school er dit jaar een bovenbouwfeest van heeft gemaakt, vorig jaar waren bruggers tikkertje aan het spelen en gingen om twaalf uur de lichten aan, terwijl dat juist het moment is dat Halloween daadwerkelijk begint. Nu gaan we tot één uur door, nog steeds niet spetterend, maar het is in ieder geval iets. Jaimy, verkleed als hiphopper, staat te dansen met Luna. Zij is verkleed als sexy kat, iets wat ik totaal niet begrijp. Ten eerste zijn katten niet sexy en ten tweede vraag ik me af wanneer besloten is dat alle meiden met Halloween ineens alle moraal de deur uit mogen zetten? Je hoort mij niet klagen hoor, integendeel, maar waarom onderwerpen zij zich aan deze vleeskeuring?
‘Lekker, dank je,’ schreeuwt Luna boven de DJ uit als ik het drinken aan haar geef. In een paar slokken drinkt ze het op en wikkelt zich weer om Jaimy. Hij knipoogt naar me, geeft zijn drinken terug en zoent Luna in haar nek. Ik voel me ongelooflijk ongemakkelijk en kijk om me heen. Langs de kant staan wat docenten met elkaar te praten. Meneer Huisman danst uitbundig met wat leerlingen. Hij maakt zichzelf volkomen belachelijk in zijn Peter Pan outfit en er worden meerdere filmpjes gemaakt,  arme man. Jaimy’s handen glijden ondertussen over het strakke kattenpakje van Luna. De woorden “vieze gluurder” komen in mij op en ik wurm me maar weer van de dansvloer af. Het is half twaalf, bijna het uur van de heksen, de docenten hebben iets speciaals gepland. Die roddel gonst al een paar weken door de school, maar ik heb geen zin om erop te wachten.

Het is koud buiten, maar nog niet onder het vriespunt. Daar houd ik me aan vast, zolang er nog geen ijs ligt ben ik veilig. Mijn vader heeft me naar school gebracht en ik zou bij Jaimy achterop naar huis gaan, ik stuur hem een berichtje dat ik ga lopen. Mijn voeten leiden me door de uitgestorven straten van Alkmaar en nemen niet de rechtstreekse route naar huis.
Zonder dat ik precies door heb hoe ik er gekomen ben, blijf ik stilstaan bij de ingang van de grote begraafplaats aan de Westerweg. Toepasselijk, een zombie, die bijna doodgaat, staat voor een begraafplaats. Als er nu mensen voorbij komen schrikken ze zich kapot. Zonder moeite klim ik over het gesloten hek en struin langs de vredige graven.
Onder een grote eikenboom, in het midden van de begraafplaats, zie ik iemand op een bankje zitten. Haar silhouet herken ik uit duizenden, de afgelopen weken hebben Julia en ik elkaar een aantal keer gesproken. Iedere keer werd ik spraakzamer en zij mooier. Voor zover mogelijk veeg ik de schmink van mijn gezicht en trek ik mijn kleding recht.
Wanneer ik dichterbij kom, kijkt ze geschrokken op. Zodra ze me herkent moet ze hard lachen.
‘Wat doe jij hier in vredesnaam!? Probeer je je in te leven in je rol?’
‘Ik weet het niet. Was op weg naar huis en kwam hier terecht.’
‘Je voeten hebben je hier gebracht. Wat lief.’
Ik kijk Julia niet-begrijpend aan en ga naast haar zitten. Ze doet een notitieboekje dicht.
‘Als je het zelf niet meer weet, dan brengen je voeten je altijd naar de plek waar je naartoe wil. In jou geval hiernaartoe.’
‘Misschien wisten mijn voeten dat jij hier was,’ zeg ik zachtjes.
Julia lacht verlegen en haar ogen sprankelen zoals alleen haar ogen dat kunnen.
‘Wat doe je hier?’ vraag ik.
‘Ik kom hier om na te denken. Het is vredig en rustig en ik word met rust gelaten.’
Ze kijkt angstig om haar heen.
‘Rustig is het zeker,’ beaam ik en ik kijk ook om me heen. De graven hebben een lugubere kalmte over zich. De afgelopen jaren heb ik alles wat met dood te maken heeft genegeerd, alsof het er niet was.
‘Ik zou hier best willen liggen.’
‘Wat zeg je nu?’ vraagt Julia verbaasd.
‘Hier bij deze boom. Als ik dood ben. Dit vind ik een mooie plek.’
‘Waarom zeg je zoiets?’
Ik houd even mijn mond en zeg dan zachtjes: ‘ieder moment kan de laatste zijn.’
Julia denkt even na en draait zich naar me toe.
‘Daar heb je helemaal gelijk in,’ zegt ze met tranen in haar ogen en ze zoent me. Zomaar, uit het niets. De elektriciteit trilt weer door mijn lichaam. Ik pak haar vast en trek haar op mijn schoot. Wij zoenen alsof ons leven ervan afhangt. Haar handen woelen door mijn haar en ik omklem en bescherm haar prachtige lichaam. Ze slaat haar benen om me heen en verbreekt onze zoen. Ze kijkt me aan en een traan loopt over haar wang.
‘Wat is er,’ vraag ik geschrokken.
‘Dit kan eigenlijk niet,’ zegt ze verdrietig, ‘ik ga je pijn doen en dat wil ik niet.’
‘Je hebt gelijkt dat dit niet kan, maar ik ben degene die jou pijn gaat doen.’ Er schiet een brok in mijn keel.
‘Je weet niet waar je het over hebt,’ zegt Julia, ‘ik ben niet zomaar een meisje.’
‘En ik niet zomaar een jongen, maar dat is juist de aantrekkingskracht. Mijn verstand zegt dat ik nu weg moet lopen, maar mijn hart wil jouw lippen tegen de mijne.’
‘Mijn hart zegt hetzelfde.’
Ik speel met Julia’s haar en zoen haar zachtjes, ze zoent terug. Voor heel even vergeet ik de onheilspellende toekomst en is mijn leven perfect.
Voor heel even.
Een duisternis valt over de al donkere nacht en het wordt intens koud.
‘Hij heeft me gevonden,’ fluistert Julia.
‘Wie, wat? Waar heb je het over.’
‘Sst.’ Julia legt haar vinger op mijn lippen en stapt heel voorzichtig van mijn schoot. Ze trekt haar schoenen en sokken uit, gaat tegen de grote eik staan en legt haar handen tegen de stam. Gespannen kijkt ze naar de lucht.
‘De doden beschermen mij, de doden beschermen mij, de doden beschermen mij,’ fluistert ze zachtjes.
De grond begint te trillen, grafstenen scheuren en zand komt los.
‘Thomas kom naast me staan. Leg een hand plat op die van mij en eentje tegen de boom. Daarna niet meer bewegen!’ zegt ze tegen me, haar ogen stralen felgroen. Zonder te vragen waarom, doe ik wat ze zegt. Deze houding geeft me een gevoel van veiligheid, alsof de gebeurtenissen die zich afspelen buiten de takken van de eik me niet kunnen deren.
Vanuit de grond komen schaduwen naar boven, witte en zwarte.
‘De doden beschermen mij, de doden beschermen mij,’ zegt Julia verder. Ze blijft het herhalen. De witte schaduwen vormen een gordijn om de eik. De zwarte schaduwen proberen erdoorheen te dringen. Boven ons dondert het, grote donkere wolken stapelen zich bijeen. Twee rode ogen komen uit de wolken naar beneden. Langzaam vormt zich een bekend figuur om de ogen. Een grote man met een lange zwarte jas en een gleufhoed zweeft voor de witte schaduwen.
‘Julia,’ ademt hij, ‘je bent van mij en dat weet je.’
‘De doden beschermen mij,’ roept Julia boven het gedonder uit. Haar hele lichaam straalt felgroen licht uit.
‘Je kunt je niet verstoppen voor mij. Ik zal je krijgen. Deze kans laat ik niet gaan, iemand zoals jij is te zeldzaam om te laten gaan. Ik zal winnen.’
‘De doden beschermen mij, ik vrees niemand, zeker jou niet,’ schreeuwt Julia boven het gedonder uit.
De zwevende man lacht schel.
‘Jij misschien niet, maar die sterveling naast je is een stuk minder moedig. Ik ruik zijn angst voor de dood.’
De gloed die Julia uitstoot wordt  heel even minder en ik voel haar trillen onder mijn hand.
‘Jij hebt geen macht hier.’
‘Ik misschien niet, maar mijn demonen wel.’
‘Jouw demonen? Laat me niet lachen.’ Julia plant haar voeten steviger in de grond, ik voel een vernieuwde energie in haar opkomen, ‘Jouw invloed neemt steeds meer af en dat weet je. Het Kwaad wint nooit! Jouw demonen zijn kinderspel.’
De zwevende man wijst één specifieke zwarte schaduw aan.
‘Jij,’ zegt hij ferm, ‘haal een sterveling en snel.’
De zwarte schaduw staakt zijn pogingen de witte massa te doordringen en zweeft richting de straat. Binnen een paar seconden is hij terug met een man in een dikke jas, op slippers. Zijn hondje hangt half blaffend, half stikkend onderaan de riem die de man nog steeds vastheeft. De zwevende man grijpt de nek van de sterveling en zuigt het leven uit zijn lijf. Het levenloze lichaam valt met een smak op de grond, het hondje trekt jankend aan de jas.
‘Oeh, ik heb liever een jong ding, maar er zat nog genoeg pit in deze sterveling,’ zegt de zwevende man lachend.
‘Ik heb alle tijd, liefje en genoeg stervelingen om me sterker te maken. De vraag is: hoeveel doden wil jij op je geweten hebben, voordat je van mij bent?’
Met die vraag laat de zwevende man ons achter op de begraafplaats die weer vredig en rustig is.


Klik hier voor aflevering 3.

© M. Meijer – september 2014
Niets van deze blog mag, zonder toestemming van de auteur, vermenigvuldigd worden.

6 gedachten over “Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 2)

  1. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman deel1 (aflevering 1) | imagination opens worlds

  2. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (aflevering 3) | imagination opens worlds

  3. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (aflevering 4) | imagination opens worlds

  4. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 5) | imagination opens worlds

  5. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 6) | imagination opens worlds

  6. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 7, einde) | imagination opens worlds

Reageer hierop met een eigen hersenspinsel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s