Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (aflevering 3)

WetenWeten is deel 1 van de (nog niet verschenen) serie over Dooddromers en Aardse Engelen en hun lot als pionnen in de strijd tussen goed en kwaad. Het speelt zich af in hedendaags Nederland. 
Hoofdthema: Staat het lot/jouw lot vast of kan je zelf je eigen lot kiezen?

Heb je de eerste aflevering gemist? Klik hier om aflevering 1 te lezen.
Klik hier voor aflevering 2.


Julia laat de boom weer los en trekt rillend haar schoenen aan.
‘Ik had je meteen weg moeten sturen, het spijt me,’ zegt ze.
‘Wat was dat?’
‘Ik breng iedereen in gevaar, daarom verhuis is zo vaak. Het spijt me zo.’


Julia struint tussen de graven door en plukt hier en daar bladeren en takjes. Bij een met klimop overwoekert graf blijft ze staan. Ze graaft een klein gat op de plek waar de grafkist zou moeten liggen, legt de bladeren en takjes erin en spuugt erop. Ze gaat voorzichtig met haar knieën over het gat zitten, legt haar hoofd in haar nek en wijst met gestrekte armen naar de hemel.
‘Gosse, hoor mij,’ roept ze, ‘hoor de smeekbede van je bloed. Hoor mij en antwoord mij.’
De grond begint weer te trillen, maar nu alleen direct onder het graf. Julia gaat staan en doet een paar stappen naar achteren. Ze geeft mij een duwtje zodat ik hetzelfde doe.
‘Gosse is nogal uniek,’ zegt ze tegen me.
De klimop raakt los van het graf en neemt de vorm aan van een man. De man loopt langzaam naar voren, tegen de tijd dat hij van zijn eigen graf af stapt heeft hij bijna vaste vorm aangenomen. Het is een klein, gezet mannetje, met een grote snor. Hij draagt kleding die zeker een paar honderd jaar geleden al uit de mode waren.
‘Wie wekt mij?’ vraagt hij chagrijnig.
‘Ik ben het,’ zegt Julia lief.
‘Engeltje van me!’ roept hij vreugdevol, ‘vanwaar deze verrassing? Het is nog niet jouw tijd, toch?’
‘Ik heb je hulp nodig. Hij heeft me gevonden.’
Gosse maakt een sprongetje van schrik.
‘Nu al? Maar je bent nog geen achttien, je bent nog niet klaar.’
‘Je bescherming is nodig.’
‘Ja natuurlijk, meteen. Ik bescherm al mijn engeltjes.’
‘Niet voor mij, Gosse,’ zegt Julia en ze pakt mijn hand. Ze duwt me naar voren. Gosse kijkt me aandachtig aan en schrikt.
‘Voor hem, nooit! Hij is al half dood!’
Ik verschiet van kleur en vraag bang: ‘Wat weet u over mijn dood?’
‘Niet veel, mijn jongen, maar ik ken types zoals jij. Niet de moeite waard om te beschermen. En zoals je er nu uitziet kan het sowieso niet lang meer duren.’
Gosse bekijkt me nogmaals van top tot teen en schudt met zijn hoofd.
‘Gosse,’ zegt Julia geïrriteerd, ‘we zitten niet meer in de Middeleeuwen. De wereld is veranderd. Hij betekent heel veel voor mij en ik wil dat hij beschermd wordt. En hij is helemaal niet half dood, hij is verkleed als zombie, het is Halloween.’
‘Verkleed als zombie? Op Halloween? Ha, niet slecht, zeker niet slecht. Op die manier kun je lang verscholen blijven voor de Boze en consorten. Niet dat jij dat nodig hebt’
‘Wil je hem en zijn bloed beschermen?’
‘Waarom moet ik hem en zijn bloed beschermen en niet jou, mijn engeltje?’
‘Omdat ik van hem houd,’ zegt Julia zachtjes, haar lichaam gloeit lichtjes op.
Gosse en ik zijn beiden even woordloos. Dan schudt Gosse zich uit, stof dwarrelt van hem af en zegt: ‘Hm, misschien heb ik echt te lang gerust en is de wereld veranderd. Kom mijn jongen, ons engeltje heeft genoeg te doen zonder ons. Ik breng je naar huis.’
‘Julia,’ zeg ik zacht en ik raak haar arm aan, ‘ik snap het niet.’
Julia pakt mijn hand en begeleidt me een paar meter bij Gosse vandaan. Hij blijft respectvol op afstand.
‘Je bent in gevaar. Je hele familie is in gevaar.’
‘Wat gebeurde er net?’
‘Er zijn meer krachten tussen hemel en aarde dan je denkt.’
‘Daar weet ik alles van.’
‘Nee Thomas, dat weet je niet,’ zegt Julia ferm, ‘ik ben anders dan jij.’
‘Ik ben ook anders dan jij denkt, luister dan naar me.’
‘Nee, jij moet luisteren!’
Julia begint te huilen en ik wil haar omarmen, haar troosten, maar ze duwt me weg.
‘Ik heb je in gevaar gebracht, dit moet ik goed maken, geef me de kans dit goed te maken.’
‘Leg het me uit, ik kan je helpen.’
‘Hoe meer je weet, hoe gevaarlijker het is. Gosse zal je beschermen, dus maak je geen zorgen.’
‘Ik maak me zorgen om jou.’
‘Niet doen, dat heeft geen zin. Vaarwel Thomas.’
‘Vaarwel? Nee, dat weiger ik.’
Nu is het mijn beurt om boos te worden.
‘Je zegt net nog dat je van me houdt en nu zeg je vaarwel. Dat accepteer ik niet. Ik weet niet wat dit is, wat er gaande is, wie jij bent of wat jij bent, maar dat maakt me niet uit. Het enige wat ik zeker weet is dat ik liever dood ga dan zonder jou te leven.’
Ik hoor mezelf de woorden zeggen en weet dat ik het meen. Mijn hele leven droom ik al over mijn dood en sinds vanavond weet ik wat die dood inhoudt. De zwevende man gaat mij vermoorden. Ik hoop alleen dat dit gebeurt op het moment dat ik haar red.
Julia draait weg, maar ik pak haar vast. De barricades die ze heeft opgegooid smelten in mijn omarming. Zij gaat op haar tenen staan en ik buk een beetje, we zoenen en omhelzen elkaar. Dan komt Gosse, ik voel zijn koude energie op mijn rug.
‘Geen zorgen engeltje van me, ik zorg goed voor hem.’

‘Je hebt het haar niet verteld hè?’ vraagt Gosse, wanneer we een paar straten van mijn huis zijn.
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik herken een Dooddromer zelfs met mijn ogen dicht.’
‘Ik-‘
‘Kom op jong, vertel me maar hoe het gebeurt.’
Ik vertel en Gosse luistert.
‘Dat verandert de zaak. Je weet zeker dat de Boze je doodt?’ vraagt hij wanneer ik uitgepraat ben.
‘Onze dromen veranderen nooit,’ zeg ik.
‘Interessant, heel interessant. Zodra de sneeuw valt ben je er geweest, dat is een feit, maar je sterft aan de hand van de Boze en dat is bijzonder. Mijn taak is nu en voor altijd het beschermen van de Aardse Engelen, maar wie weet krijg ik hulp van jou. Dat zou een overwinning zijn.’
Die laatste zin mompelt Gosse bijna onverstaanbaar.
‘De wat?’
‘De Aardse Engelen. Voor een Dooddromer weet je niet veel.’
‘Kennelijk niet nee,’ zeg ik beschaamd. Mijn hele leven heb ik altijd gedacht dat ik het belangrijkste wist, maar ik blijk veel meer niet te weten.
‘Geloof je in meer dan het leven op aarde?’
‘Nee, natuurlijk niet,’ zeg ik resoluut.
‘Hoe verklaar je dan jouw unieke familie?’
‘Als een foutje in de natuur?’ vraag ik twijfelachtig. Ik heb het idee van een god altijd verworpen. Als er een god zou bestaan, waarom laat hij me dan op achttienjarige leeftijd doodgaan. Lekkere god is dat.
‘Niet zo, naïef jongen,’ zegt Gosse, ‘het feit dat wij nu met elkaar praten, moet al genoeg bewijs zijn voor een wereld buiten de grenzen van de bekende wereld, nietwaar?’
‘Wil je zeggen dat god bestaat?’
‘God, goden, karma, het lot. Geef het beestje een naam, daar gaat het niet om. Het gaat om het feit dat de strijd tussen goed en kwaad altijd heeft bestaan en dat het leven op aarde de schaakstukken zijn in de oorlog. De culturen veranderen de namen van de hoofdrolspelers. De Egyptenaren hadden de strijd tussen Seth en Osiris, de Grieken; Zeus en Hades en het christendom; God en de Duivel. Waar het om gaat is dat de strijd er altijd is geweest en wij, de mensen, de pionnen zijn.’
Als ik geen reactie geef, gaat Gosse verder: ‘Laat ik het in de christelijk versie uitleggen, ik neem aan dat je iets weet van god, duivel, engelen?’
‘Een beetje.’ Ik haal mijn schouders op.
‘God en De Boze, de duivel, kregen ruzie over de heerschappij in de hemel. De engelen kozen partij en er was een groot gevecht. God won en stuurde De Boze naar de onderwereld. De Boze probeert de mensen op aarde te verleiden tot het kwaad en zijn kant te kiezen. Gelukkig is God niet van gisteren en heeft zo zijn eigen listen bedacht. Wanneer de nood het grootst is en de mensheid bijna opgeslokt wordt door het kwaad, wordt een Aardse Engel geboren. Hij of zij is een afstammeling van de eerste engelen en kan de balans tussen goed en kwaad op aarde herstellen. Deze Aardse Engel wordt tot zijn of haar achttiende beschermd door het goed, daarna moet de Aardse Engel de strijd aangaan met De Boze.’
‘En Julia is zo’n Aardse Engel?’
‘Ja,’ zegt Gosse vrolijk, ‘je snapt het.’
‘En de man met de rode ogen is de Boze?’
‘Precies.’
‘Maar Julia is nog geen achttien, waarom is de Boze nu al in de aanval? Ze behoort toch beschermd te worden?’
‘De Boze is aan het winnen en wil haar intimideren, bang maken. Julia is veilig, haar kan niets overkomen, maar de mensen om haar heen… Ja, die zullen de prijs betalen. Je bent verliefd geworden op het verkeerde meisje ben ik bang. Jullie liefde is jouw dood, zoals je al je hele leven hebt gedroomd.’
‘En wat is de rol van de Dooddromers in dit geheel? Jij weet meer over mij dan ik!’
‘Dat is iets wat je met je vader moet bespreken. Kennelijk is er iets gebeurd in de afgelopen tweehonderdvijftig jaar dat ik rustte.’
Ik voel aan alles dat de Dooddromers en Aardse Engelen een verband hebben met elkaar. Het liefst schreeuw ik mijn vader nu wakker, maar ik heb tijd nodig om na te denken.
‘Wanneer wordt Julia achttien?’
‘Dat antwoord weet je al, Thomas.’
‘Deze winter,’ zeg ik langzaam, ‘wanneer de eerste sneeuw blijft liggen.’


Klik hier voor aflevering 4.

© M. MEIJER – SEPTEMBER 2014
NIETS VAN DEZE BLOG MAG, ZONDER TOESTEMMING VAN DE AUTEUR, VERMENIGVULDIGD WORDEN.

4 gedachten over “Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (aflevering 3)

  1. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 2) | imagination opens worlds

  2. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (aflevering 4) | imagination opens worlds

  3. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 6) | imagination opens worlds

  4. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 5) | imagination opens worlds

Reageer hierop met een eigen hersenspinsel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s