Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 6)

Weten is deel 1 van de (nog niet verschenen) serie over Dooddromers en Aardse Engelen en hun lot als pionnen in de strijd tussen goed en kwaad. Het speelt zich af in hedendaags Nederland. 
Hoofdthema: Staat het lot/jouw lot vast of kan je zelf je eigen lot kiezen?

Heb je een aflevering gemist?
Klik hier voor aflevering 1.
Klik hier voor aflevering 2.
Klik hier voor aflevering 3.
Klik hier voor aflevering 4.
Klik hier voor aflevering 5.


7 januari
Om de nacht wisselen de dooddromen zich af, dan weer oud, dan weer jong. Als zelfs mijn vaststaande lot niet kan kiezen, hoe moet ik dat dan doen? Eigenlijk durf ik het niet toe te geven, maar diep van binnen denk ik dat ik voor mezelf kies. Ik wil leven.
Mijn vader staat op zijn sloffen en in zijn badjas in de achtertuin, vannacht was weer een hele koude nacht en er dwarrelen kleine sneeuwvlokjes. Vanuit het raam van de keukendeur kijk in naar hem. Hij gaat niet meer naar zijn werk, slaapt bijna niet en mompelt steeds vaker in zichzelf. Hij durft mij niet aan te kijken en als hij het per ongeluk wel doet, schrikt hij en kijkt krampachtig ergens anders naar.
Joris komt naast me staan.
‘Wat is er aan de hand, Thomas?’
‘Geen idee,’ zeg ik.
‘Lieg niet.’
‘Pa maakt zich zorgen.’
‘Ja, dat heb ik ook wel door. Ik vraag je waar hij zich zorgen over maakt.’
‘Dat kan ik je niet zeggen.’
‘Godver, Thomas,’ zegt hij boos, ‘ik heb echt wel door wat er gaande is. Pa is volledig in paniek over het weer. Moet je hem zien staan! Hij staat verdomme in zijn badjas en sloffen met min vijf in de tuin tegen zichzelf te praten! Jou durft ie niet eens meer aan te kijken. En over jou gesproken; jij hebt er ook wel eens beter uitgezien.’
‘Ik weet niet wat je wil dat ik zeg.’
‘Jezus, man zeg het gewoon. Jij of pa gaat binnenkort dood! Verdomme man.’
De onmacht en paniek is in Joris’ stem te horen.
‘Niets tegen mama en Pascal zeggen, oké?’
Ik ben me ineens enorm bewust van het feit dat ik zijn kleine broertje ben. Joris schiet vol, maar probeert zich sterk te houden.
‘Pa, dus.’
‘Nee,’ zeg ik beschaamd.
Joris kijkt me verschrikt aan en hapt naar adem. We staren samen naar mijn vader die sneeuwvlokjes vangt en ze inspecteert voordat ze smelten.
‘Ik kan en wil er niets over kwijt,’ zeg ik zacht, ‘maar wil jij het overnemen?’
‘Wat overnemen? Wat brabbel je?’
‘Niets is zeker, maar mocht het zover zijn. Kan ik op je rekenen?’
‘Ja, natuurlijk. Wat het ook is.’
‘Papa weet meer. Hij zal het niet aankunnen, mocht het zover zijn, maar vraag papa over Julia.’
Het noemen van haar naam, geeft een steek in mijn hart.
‘Wie is Julia?’
Ik denk er even over na, maar het is overduidelijk. Deze beslissing wordt niet gemaakt door mijn verstand, maar door mijn hart. Nu ik alles hardop met Joris bespreek is het helder voor mij.
‘Julia is de liefde van mijn leven,’ zeg ik en ik kijk Joris aan. Hij is meteen van zijn stuk gebracht.
‘Wat? Liefde? Jij? En dat zeg je me nu pas!’
‘Ze is te speciaal. Ze zal bescherming nodig hebben. Jij moet haar helpen.’
‘Is snap het niet.’
‘Dat hoeft nu ook nog niet en ga niet verder vragen en zoeken totdat het echt moet. Beloof me dat.’
‘Ik beloof het, maar hoe weet ik wanneer het wel moet.’
‘Dat weet je vanzelf.’
Joris denkt even na en zegt dan: ‘jij gaat haar eerst proberen te beschermen.’
‘Ik denk het wel.’
‘Dus als jij faalt…’
‘Ik ga falen.’
‘Dat weet je nu al? Maar waarom doe je het dat? Loop lekker weg. Bedenk je eigen lot!’
‘Dat kan ik niet.’
‘Wat een onzin.’
‘Het is zij of ik.’
‘Oh.’
‘Ja.’
‘En pa weet dit?’
‘Yep,’
‘Dat verklaart zijn inzinking van de laatste tijd.’
‘Je beloofd het? Geen woord.’
‘Geen woord. Ik beloof het. Godver man.’
‘Ik weet het.’

10 januari
Julia is na de kerstvakantie niet meer op school terug gekomen. De meeste mensen missen haar niet eens, maar ik loop met een leegte rond. Er gaan dagen voorbij waarin ik de hele dag niets zeg. Jaimy blijft trouw bij me staan in de pauze en vertelt van alles, maar ik reageer bijna niet. Af en toe geef ik een sociaal wenselijk antwoord om te zorgen dat hij geen vragen gaat stellen. Huiswerk maak ik niet meer en mijn cijfers denderen naar beneden. Vanmiddag heb ik een gesprek met mijn mentor. Ze zegt dat ze zich zorgen maakt.
Ik klop op de deur van het lokaal. Mevrouw Raamsdonk zit achter het bureau en wenkt dat ik naar binnen mag komen. Ze legt de toetsen die ze aan het nakijken was weg en pakt een opschrijfboekje. Ik ga tegenover haar zitten.
‘Goed, Thomas, fijn dat je er bent. Je weet zeker wel waarom ik je wil spreken.’
‘Eigenlijk niet’ zeg ik ongeïnteresseerd.
‘Nou ja, ik heb je cijfers bekeken en de laatste tijd zijn ze flink gezakt. Je bent wel bezig met je eindexamen en dit is niets voor jou. Dus ik wilde je even spreken.’
Deze vrouw begint op me zenuwen te werken. Alsof zij echt benieuwd is naar mij. Dit is gewoon haar werk, zij is ook liever thuis nu. Ik haal mijn schouders op.
‘Die cijfers haal ik wel weer op.’
‘Ik denk niet dat je door hebt hoe ernstig dit is. Een twee voor Engels, een drie voor wiskunde, een vijf voor geschiedenis en een een-komma-drie voor Frans. Een een-komma-drie! Voor een tentamen. Dit is zeer ernstig. En ik heb het gevoel dat je erg defensief tegenover me zit. Ik wil je alleen maar helpen.’
‘Ach, rot toch op!’ roep ik.
‘Pardon. Zo wens ik niet aangesproken te worden.’
‘Ik wens niet zo aangesproken te worden. U doet alsof die paar cijfers meteen het einde van de wereld zijn. Er zijn belangrijkere dingen dan school hoor.’
‘Nou ja, Thomas. Ik probeer je alleen maar te helpen.’
‘Lekkere manier van helpen,’ zeg ik. De tranen springen in mijn ogen. Denk maar niet dat ik ga huilen in het bijzijn van dit mens. Ik sta op en zeg: ‘U zit hier prinsheerlijk met uw notieblokje te doen alsof u het antwoord heeft op alles in het leven. Zodra u hier de poort uit loopt dan bent u alles van school alweer vergeten. Dan gaat u naar uw eigen leven. Wat er met mij aan de hand is dat boeit u echt niet. Ik ben gewoon onderdeel van uw werkzaamheden waarvoor u betaald wordt. Dus ga hier niet een beetje schijnheilig zitten doen alsof het u boeit dat ik een paar tentamens heb verpest en laat me met rust!’
Boos loop ik het lokaal uit en smijt de deur dicht. Ik ben halverwege de gang als ik mevrouw Raamsdonk mijn naam hoor roepen. Met een flink tempo loop ik het schoolgebouw uit. Vlak voor de deur ligt een bevroren plas en ik glij uit. Met een flinke smak val ik voorover. Een kort moment is alles zwart, daarna duw ik mezelf omhoog en zie ik bloedspetters op de stoep. Door de wimpers van mijn rechteroog zie ik bloed druppelen.


Het verhaal komt ten einde op zaterdag 20 september…

© M. MEIJER – september 2014
NIETS VAN DEZE BLOG MAG, ZONDER TOESTEMMING VAN DE AUTEUR, VERMENIGVULDIGD WORDEN.

2 gedachten over “Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 6)

  1. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 5) | imagination opens worlds

  2. Pingback: Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 7, einde) | imagination opens worlds

Reageer hierop met een eigen hersenspinsel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s