Weten – Een Dooddromers Roman – Deel 1 (Aflevering 7, einde)

Weten is deel 1 van de (nog niet verschenen) serie over Dooddromers en Aardse Engelen en hun lot als pionnen in de strijd tussen goed en kwaad. Het speelt zich af in hedendaags Nederland.
Hoofdthema: Staat het lot/jouw lot vast of kan je zelf je eigen lot kiezen?

Heb je een aflevering gemist?
Klik hier voor aflevering 1.
Klik hier voor aflevering 2.
Klik hier voor aflevering 3.
Klik hier voor aflevering 4.
Klik hier voor aflevering 5.
Klik hier voor aflevering 6.


13 januari
Sinds ik vanmorgen opstond heb ik het onbestemde gevoel dat vandaag de dag is. Het is niet alleen een vaag gevoel, ik weet het zeker. Vandaag moet ik fysiek de keuze maken die mijn hart al gemaakt heeft. Het is in de praktijk veel moeilijker dan ik had verwacht. Vanmiddag is het begonnen met sneeuwen, mijn vader vloog meteen naar buiten. In het begin was het niet noemenswaardig, maar al snel was een klein wit laagje zichtbaar. Om de paniek van mijn vader te ontlopen, ben ik naar boven gegaan, op mijn bed gaan zitten en daar zit ik nog steeds. Mijn blik gaat langzaam heen en weer tussen het raam en het groene vest welke mijn moeder over mijn stoel heeft gehangen. De schemer zet zich langzaam in, het duurt niet lang meer of het is helemaal donker. Ik kan hier blijven zitten en dan overkomt mij niets. Dan ben ik veilig. Het is zo simpel, ik hoef er niets voor te doen, alleen maar blijven zitten, misschien gaan liggen of even slapen en het is gedaan. Mijn ademhaling blijft hoog in mijn keel hangen en ik heb een bonkend hoofd. Voorzichtig voel ik aan mijn oog, net boven mijn wenkbrauw heb ik een hechting die ontzettend kriebelt. Ik sluit mijn ogen en zie Julia. Eerst zoals ze was toen ik haar voor het eerst ontmoette, daarna onder de grote eikenboom en als laatste hoe ze naar me keek toen we vrijden. Ik hou zoveel van haar. Ik slik, bijt mijn tanden op elkaar en knijp met mijn ogen. Dan sta ik op, pak het groene vest en loop naar beneden, waar ik zo snel mogelijk mijn schoenen probeer aan te trekken.
‘Nee,’ roept mijn vader, ‘nee, jij blijft hier.’
Hij is volledig in paniek en rent naar me toe, zonder moeite geef ik hem een duw.
‘Pa, het moet.’
‘Nee, het moet niet.’
Mijn moeder en Pascal schrikken van de reactie van mijn vader. Joris moet huilen, waardoor ik ook tranen krijg.
‘Joris, alsjeblief. Help me.’
Hij veegt zijn ogen af aan zijn mouw en staat op als een man die de leed van de wereld draagt. Hij houdt mijn vader vast aan zijn schouders.
‘Laat hem, pa,’ zegt hij huilend.
‘Nee, niet mijn kind,’ roept mijn vader, ‘niet mijn kind.’
Joris houdt papa stevig vast, zodat ik mijn veters kan strikken. Dan ga ik met betraande ogen voor ze staan. Twee paar bloeddoorlopen ogen kijken me smekend aan. Dit breekt mijn hart en ik huil geluidloos. Ondertussen zijn mijn moeder en broertje ook in de gang.
‘Ik moet wel, papa,’ zeg ik en ik gooi mezelf in zijn armen. Joris, die achter mijn vader staat probeert mij ook vast te houden.
‘Ik hou van jullie,’ zeg ik zachtjes, dan laat ik los. Ik kijk Joris een paar seconden indringend aan en hij knikt. Hij heeft het beloofd en houdt zich eraan. Deze gedachte stelt me een klein beetje gerust.
‘Thomas?’
Mijn moeder doet vragend een stap naar voren. Joris verspert met zijn grote lijf de gang.
‘Thomas!’ roept mijn moeder.
Zonder verdere uitleg ga ik naar buiten, pak snel mijn fiets en sprint weg. De kou slaat tegen mijn gezicht en zorgt dat ik met iets meer helderheid kan denken. Het is werkelijk ijskoud buiten en ik duik zo diep mogelijk in het vest. Ineens weet ik waar ik naartoe moet. Het Geestmerambacht, een natuurgebied boven Alkmaar, ongeveer een half uur fietsen.

Het is volledig donker wanneer ik bij het Geestmerambacht aankom. Het is er vredig en stil. De verse sneeuw zorgt voor een sprookjesachtige sfeer. Mijn voeten brengen me automatisch naar de plek van mijn dromen. Een paar meter van het water zie ik Julia. Ze staat op haar blote voeten tegen een grote boom. Ze schrikt wanneer ze me ziet.
‘Thomas, nee!’ roept ze.
Ik ren naar haar toe, ze blijft precies staan zoals ze staat. Met mijn handen pak ik voorzichtig haar hoofd en zoen haar. Zodra onze lippen elkaar raken voel ik warmte door mijn lijf stromen. Julia huilt, maar ik ben voor het eerst echt zeker van mijn beslissing.
‘Thomas, wat doe je hier?’ vraagt ze.
‘Ik moest wel.’
‘Nee, dit is mijn strijd.’
‘Het is onze strijd en dit is mijn keuze. Jij bent te belangrijk, niet alleen voor mij, maar voor alles. Dit is mijn keuze.’
Julia gaat de discussie niet aan, ze ziet in mijn ogen dat het geen zin heeft. Ik kijk om me heen en zie geen enkel teken van de Boze of zijn schaduwen.
‘Waarom sta je hier?’ vraag ik eigenlijk een beetje verbaasd. Ik heb er nooit eerder over nagedacht waarom het precies hier moet zijn.
‘Hier kunnen de minste slachtoffers vallen, weinig mensen en veel natuur waar ik energie uit kan halen.’
‘Misschien een vreemde vraag, maar waar is ie?’
‘Wie? De Boze?’
‘Ja, en Gosse?’
‘Ik ben hier.’
Achter me verschijnt Gosse ineens.
‘Ik wilde jullie wat privacy gunnen. Goed je te zien, Thomas.’
‘Ehm, dank je wel, denk ik.’
‘Ik ben persoonlijk verheugd over je keuze. Je maakt de juiste keuze.’
‘Dat hoop ik.’
Gosse wuift mijn opmerking weg.
‘Onzin. Je zal zien dat uiteindelijk altijd alles wel weer goed komt. Al is dat niet altijd zoals je zelf bedacht hebt.’
‘En waarom is de Boze er nog niet?’
‘Ach, die houdt zich netjes aan de regels. Julia is nog geen achttien, nog een minuut of twee, om precies te zijn.’
‘Ik ben dus net op tijd.’
‘Hele goede timing,’ zegt Gosse en we gaan met z’n drietjes naast elkaar staan. Wachtend.

Donkere wolken wervelen boven ons hoofd en al snel is de Boze zichtbaar. Zonder ook maar iets te zeggen, smijt hij, met een kort handgebaar, mij twee meter de lucht in. Ik land met een harde smak op een steen. Gosse wordt binnen een aantal seconden overladen met zwarte schaduwen en Julia staat er alleen voor. Ze mompelt en weet de Boze even van zich af te houden, maar al snel zie ik de eerste rode striemen over haar gezicht lopen. Dit is het. Dit is het moment. Ik verzamel al mijn moed en ren op de Boze af. Hij houdt Julia met een hand in zijn greep en probeert mij met de andere af te weren, maar dit lukt hem niet. Mijn wilskracht is sterker dan zijn haat en ik weet hem een klap te geven. Julia komt vrij uit zijn greep en valt kuchend op de grond. De Boze draait zich naar mij. Dit is precies het beeld uit mijn dooddroom. In plaats van angst word ik overspoeld met kalme woede.
‘Dooddromer, het heeft geen zin om tegen mij in te gaan,’ zegt de Boze, ‘wij horen bij elkaar.’
‘Nee, dat horen wij niet,’ zeg ik rustig, ‘mij kun je niet krijgen en Julia kun je niet krijgen. Jij zult verliezen.’
‘Die niet zo naïef, jongen. Jij zult vanavond sterven, dan voed ik mij met jouw engel en daarna begint de lol pas echt voor me. Je vader zal toekijken hoe ik je moeder verkracht en het laatste restje leven uit haar knijp. Je broers gaan pijn voelen, zoveel pijn. Kies nu mijn kant en dat wordt ze allemaal bespaard.’
‘Je dreigementen hebben geen zin. Ik geloof je niet.’
‘Dreigementen?’ roept de Boze kwaad, ‘Jij weet niet half waartoe ik in staat ben!’
‘Tot nu toe vooral veel loze woorden. Mijn familie kent hun dood, mijn vader weet mijn moeders dood en wat jij nu vertelt gaat niet gebeuren. Heel even heb ik gedacht dat ik mijn lot zelf in handen heb, maar jullie willen alleen maar dat ik dat denk. Vanaf mijn geboorte stond dit al vast, net zoals de dood van mijn familie. Zelfs jij kan daar geen invloed op uitoefenen.’
Het rood in de ogen van de Boze wordt feller en hij heft zichzelf op. Snel kijk ik achter hem en ik zie dat Julia weer rechtop staat. Gosse heeft de schaduwen verslagen en staat naast haar. Julia huilt. Ze is het mooiste wat ik ooit gezien heb, haar ogen schitteren felgroen, net zoals Halloween. Boven haar rechterhand zweeft een witgroene energiebal.
‘Ik hou van jou,’ zegt ze geluidloos tegen me.
Ik glimlach naar haar. Een volmaakte rust komt over me heen. Julia is achttien, haar gave is in werking getreden, Gosse en Joris gaan haar beschermen en zij zal leven om op een ander moment verder te vechten.
‘Wat lach je nou?’ roept De Boze geïrriteerd, ‘Wat gaat het worden? Voeg jij je bij mij, waar je hoort of-‘
‘Ik heb mijn keuze al gemaakt,’ zeg ik en ik spreid mijn armen, ‘doe wat je moet doen.’

Een enorme kracht klapt tegen mijn borstkas, ik kom los van de grond en breek door het ijs. Het ijzige water omhult, binnen enkele seconden, mijn hele wereld. Eerst voel ik paniek en ik sla tegen de witte massa boven mijn hoofd, dan zie ik een witgroene flits en ik weet zeker dat Julia, voorlopig, veilig is. Rust en vrede spoelt door mijn lijf, terwijl mijn longen zich vullen met water.

Einde.


Weten kan gezien worden als een (zeer uitgebreid) proloog op een boekenserie die ik nog moet gaan schrijven (maar waarvan de verhaallijnen wel al uitgebreid op papier staan). Je geduld wordt dus flink op de proef gesteld!
Ben je benieuwd naar andere verhalen van mijn hand? Klik dan hier.

Ik hoor graag wat je van Weten vond.

© M. MEIJER – SEPTEMBER 2014
NIETS VAN DEZE BLOG MAG, ZONDER TOESTEMMING VAN DE AUTEUR, VERMENIGVULDIGD WORDEN.

Reageer hierop met een eigen hersenspinsel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s