Als mijn leven een sprookje was…

De eerste warme zonnestralen kruipen langzaam over mijn bed en schijnen op mijn gezicht. Twee schattige vogeltjes, een groene en een blauwe, zitten op het open raamkozijn, kwetterend ruzie te maken over wie mij wakker mag zingen. Ik heb dit allang door, maar laat ze begaan. Het groene vogeltje wint en landt zachtjes op mijn kussen. Hij trappelt even met zijn pootjes en begint dan te zingen. De zwierige toonladder tovert een glimlach op mijn gezicht. Een betere start van de dag kan ik mij niet wensen. Slaapdronken rek ik mij uit. Het blauwe vogeltje landt op mijn rechterhand en de groene op mijn linker.
‘Goedemorgen’, zeg ik vriendelijk en ik geef beide schatjes een klein zoentje op hun kruin. Ze fluiten vrolijk en fladderen samen naar buiten, zodat ik mij in alle privacy kan omkleden.

Een zomerse lichtpaarse lange jurk valt soepel over mijn heupen en raakt net niet de grond. Het lijfje zit met een witte veter strak om mijn smalle taille en ik heb een bijpassend paars met wit lintje door mijn lange, bruine, golvende haar gevlochten.
Omaatje staat bij de open haard in de ketel te roeren wanneer ik beneden kom. Ze is klein, met een grijze knot en heel veel rimpels, het liefste vrouwtje dat ik ken.
‘Goedemorgen lieverd, wil je voor dit ouwe mensje wat vers water uit de put halen?’
‘Natuurlijk Omaatje,’ zeg ik en ik sla een groene sjaal om voordat ik naar buiten loop.
De zon schijnt en het is nog geen winter, maar de kou zit al in de lucht. Tientallen meters van ons kleine huisje is een waterput geslagen, die gebruikt wordt door meerdere huizen in de buurt.
Wanneer ik aankom staat mijn vriendje Pluk al op mij te wachten. Pluk is een klein zwart konijntje met gezellige plukjes haar rondom zijn oortjes. Hij hopt vrolijk mijn kant uit en springt in mijn uitgestoken armen. Terwijl Pluk mijn hand likt ga ik op de rand van de put zitten en laat de emmer zakken.
In het bos hoor ik wat kraken en Pluk en ik schrikken tegelijk op. Een zwerm vogels vliegt op uit het bladerdek en drie eekhoorntjes komen verschrikt richting de put rennen. Tussen de bomen door zie ik een groot paard in volle vaart op ons af komen. Ik spring op van schrik, struikel over het touw van de inmiddels volle emmer en val achterover de put in. Met veel moeite kan ik met een hand de rand vastgrijpen.
‘Help,’ roep ik bang. Ver onder mij glinstert het donkere water.
Een warme hand pakt me bij mijn pols en trekt me omhoog. Twee sterke armen pakken me vast en zetten voorzichtig mijn beide voeten weer op de grond. Pluk en de eekhoorntjes komen voorzichtig kijken hoe het met me gaat.
‘Wilt u zitten, schone dame?’ zegt een vriendelijke mannenstem.
‘Nee, het gaat wel,’ zeg ik terug. Ik draai me om en kijk in de mooiste bruine ogen die ik ooit heb gezien. Voor me staat een jongeman met zwart haar en een sterk postuur. Hij draagt een grijs met wit pak, met op zijn arm het koninklijk embleem. Hij staart mij aan en zucht zachtjes.
‘Mijn zoektocht is voorbij,’ zegt hij, ‘jij bent het meisje waar ik mijn hele leven op heb gewacht.’
Hij knielt voor me en geeft me een handzoen. Ik draai een rondje en zing een liedje over ware liefde. Hij kent de tekst kennelijk ook en samen zingen we een prachtig duet. De vogeltjes, Pluk, eekhoorntjes, hertjes en andere gezellige beestjes uit het bos komen om ons heen staan.
En we leefden nog lang en gelukkig…

Wat zou het toch fijn zijn als de echte wereld ook zo in elkaar zat.
Of zouden we boeken en films over ware liefde dan niet meer waarderen?

Reageer hierop met een eigen hersenspinsel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s