De goede twisten in het leven (Ragnar de Noorse spin)

(gebaseerd op ware gebeurtenissen en heeft vorm genomen tijdens de lange terugreis naar huis)

Ragnar de Spin leidde een normaal leven, in een normaal grasveld, bij een normale temperatuur.
Deze zomer was alleen anders dan alle anderen. De normale zo koele grassprieten onder zijn acht pootjes, waren nu warm en klam. Ragnar had de grootste problemen met het koel houden van zijn kleine zwarte lijfje. Onder de grassprietjes wat het te benauwd en wanneer hij op een sprietje ging zitten kreeg hij het te heet.

Op een dag zag hij een groot blauw gevaarte in de buurt zijn van kleine webje. Vroeg in de ochtend, wanneer het nog koel was, begon Ragnar de tocht omhoog. Hij bleef klimmen en klimmen, totdat hij een afdakje vond. Een prima afdakje met lekker veel schaduw en een plekje om te schuilen met slecht weer (wat er vast en zeker nog aan zat te komen).
Aan de ene kant van zijn afdakje leek het te regenen, overal zaten grote druppels die zijn uitzicht belemmerde, aan de andere kant zag hij zijn grasveld vanaf grote hoogte. Ragnar kreeg het gevoel alsof hij de hele wereld aankon en begon zijn web te bouwen.

In de loop van de ochtend, toen het warmer werd en de regendruppels langzaam verdwenen, zag Ragnar tot zijn vreugde een buurman. Hij zwaaide blij en de buurman zwaaide terug. Beiden gingen ze door met bouwen en ze waren precies tegelijkertijd klaar, in hetzelfde hoekje, met precies dezelfde bevestigingsknoop. Ragnar stak één van zijn vele pootjes uit om de buurman de poot te schudden, de buurman deed hetzelfde (alleen wel het verkeerde pootje, rare vent) en ze hadden heel licht contact. Content met zijn nieuwe woonplek deed Ragnar wat hij het beste deed en dat was in het midden van zijn webje hangen.

Net wanneer Ragnar begon te dromen van de vele vliegjes en mugjes die hij zou vangen, begon zijn webje hevig te schudden. Met rillende pootjes kroop het snel naar het afdakje (in een flits zag hij zijn buurman hetzelfde doen), onder het afdakje klampte hij zich vast en keek bang om zich heen. Langzaam zag hij zijn grasveld verdwijnen en plaats maken voor iets wat hij nog nooit eerder had gezien. Hij zocht diep in zijn herinneringen en de gedachte van gekke Knut kwam in hem op. De spin op het veld waar iedereen altijd om moest lachen. Knut vertelde over bergen, sneeuw, meren en watervallen, vreemde grote beesten met stof aan hun lijf die de wereld gingen ontdekken in snel bewegende voertuigen. Misschien was gekke Knut niet zo gek geweest.
Ragnar lette wat meer op zijn omgeving, er stond een hele harde wind, dat kon hij horen, maar niet voelen. Zijn afdakje hield de wind tegen. Hij volgde de bochten van zijn afdakje en zag tot zijn verbazing een raam. Door het raam zag hij zo’n groot beest in stof. Het had donker haar en twee grote ramen voor de ogen. Het had een rond ding vast en bewoog het af en toe. Bij iedere beweging voelde Ragnar zijn pootjes schudden.

Ragnar keek naar zijn buurman en zijn buurman keek terug. In de ogen van zijn buurman zag hij de schrik die hij zelf voelde. Zodra Ragnar verder keek, naar de omgeving achter zijn buurman, was alle schrik weg. Hij zag hoge bergen, met witte sneeuwvelden en stromend water. Ragnar installeerde zich goed en genoot van het landschap dat voorbij raasde. Zijn buurman deed hetzelfde. Ze zagen, meren, bergen, boerderijen, kerken, steden.

Af en toe stond het afdakje stil, dan kroop Ragnar voorzichtig op de rand van het afdakje. Daarachter had hij iedere avond een lopend buffet van geplette mugjes en vliegjes. Een web had hij niet meer nodig, alleen zijn afdakje en het gezelschap van zijn buurman (al was die wel erg stil).

Na weken reizen heeft Ragnar nu een welverdiende rust. De uitzichten zijn minder spectaculair (een boom, lantaarnpaal, rijtjeshuizen, rijen vol met andere afdakjes), maar de rust kan hij wel even gebruiken. Hij durft zo nu en dan onder zijn afdakje vandaag te komen en gaat dan zelf op onderzoek uit. Heel soms, uit nostalgische overwegingen, bouwt Ragnar nog wel eens een webje, maar zodra zijn afdakje de wind in gaat, blaast het webje weg. Dit vindt hij niet zo erg, hij houdt te veel van zijn afdakje. Af en toe lonkt Ragnar naar andere afdakjes, een mooie witte of gouden of eentje die veel groter is, maar dat zijn dagdromen, dit kleine afdakje is niet alleen zijn huisje, maar vooral ook zijn thuis en hij kan niet wachten op de volgende uitzichten die hij en zijn buurman gaan zien.

Ragnar

Ragnar

 

 

 

 

Reageer hierop met een eigen hersenspinsel

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s